Tentoonstellingen

tentoonstallingOok hierover is nog lang niet het laatste woord gezegd of geschreven. Heel veel exposanten willen nog wel eens vergeten dat een tentoonstelling toch een schoonheidswedstrijd is. Als de hond niet in conditie is, blijf er dan mee thuis. Er is toch niets mee te behalen en het kost alleen maar geld.

Als de conditie wel goed is, zorg dan tenminste dat de vacht schoon en goed verzorgd is. Dat is zeker heel belangrijk. Ook is het goed om te weten hoe je een hond op de beste manier kunt voorbrengen en presenteren. Dat alles is dan echter nog geen garantie dat het altijd goed zal gaan. Ook is het belangrijk nooit te vergeten dat, hoeveel inschrijvingen er ook zijn, er altijd maar één hond kan winnen. In het verleden zijn we zelf heel dikwijls naar shows, in binnen en buitenland, geweest en weten dus wat er allemaal fout kan gaan. Ook spreekt dikwijls de keurmeester nog een woordje mee. Let wel: zijn/haar oordeel is op de eerste plaats een persoonlijke mening. De keurmeesters waren vroeger wel anders. Sommigen waren op bepaalde onderdelen een echte specialist. Bijvoorbeeld op het gebied van gangwerk; anderen op de bouw van de hond, weer anderen keken meer naar het showelement en de presentatie. Dat is wel veranderd.

Wat ik zelf nog heb meegemaakt: een keurmeester was met de keuring van de laatste 2 honden bezig en die moesten maar blijven lopen. Duidelijk was toen dat het verschil in het lopen moest zitten. Maar als je dan uiteindelijk ziet dat de hond, die toch echt het beste liep, op de tweede plaats eindigt, ga je al snel denken: wat is hij nu aan het zoeken? Samen met enkele andere “kenners” wisten wij dat ook niet meer.

Ook heb ik diverse keren de indruk gekregen dat niet de hond maar de exposant gekeurd werd; iets wat toch zeker helemaal verkeerd en verwerpelijk is.  Door mijn leeftijd, gezondheid en het niet meer hebben van eigen vervoer, ben ik helaas al geruime tijd niet meer naar tentoonstellingen geweest.

Wat ik ook een punt van kritiek vind is de invoering van het kunnen winnen van een CAC in elke klas. Hierdoor wordt het aantal kampioenen alleen maar opgevoerd, wat zeker die kwalificatie niet verdiend. Laatst kwam ik een show tegen waar 10 honden waren ingeschreven, waarvan 6 in de kampioensklasse. Daarvan kregen 3 honden een ZG (= zeer goed). Nog zo’n show: 9 honden zijn ingeschreven. Alle 9 hebben een CAC of een res. CAC gekregen!

Onlangs heb ik op het internet de resultaten gevonden van een internationale show in Frankrijk. Hier waren 56 langharige Collies ingeschreven onder een bekende Franse keurmeester. En wat blijkt: al deze 56 honden kregen als kwalificatie een “U” (= uitmuntend). Hier heb ik toch een groot vraagteken bijgezet. De kwaliteit van de honden zal zeker zo divers zijn geweest, dat voor allemaal een “U” onmogelijk is! Geen idee dus, waar de man mee bezig is geweest.

Ondanks het feit dat ik nooit de ambitie heb gehad om zelf keurmeester te worden, kreeg ik op een zeker moment de uitnodiging om in Engeland een Open Show te komen keuren en dat heb ik ook gedaan. Dit was een hele leuke ervaring. Opmerkelijk was dat “mijn” beste hond, later bij de eindkeuring, beste van alle herdershonden is geworden en dat vond ik toch wel bijzonder!

Bij het opmaken van mijn bevindingen over en met de Collie, mag zeker niet worden vergeten dat het in de loop van vele jaren ook vele dierbare en ook noodzakelijke vrienden/vriendschappen heeft opgeleverd, die we graag nog zo lang mogelijk aan willen houden.